Het is niet bekend hoeveel ratten er in Nederland zijn, maar in Nederland kent men hoofdzakelijk de bruine rat, zwarte rat, muskusrat en de woelrat. In aantallen zijn de bruine en zwarte rat het meest voorkomend in Nederland.

De bruine rat

20 tot 30 centimeter, vaak grijsbruin van kleur, stevig gebouwd, grote oren en een staart die bijna net zo lang is als de rat zelf. Daarmee mag deze rat zich de meest voorkomende rat in Nederland noemen. Zowel op het gebied van overleven als voortplanten is dit zoogdier uitermate succesvol.

Meestal tijdens de nacht gaat deze rat opzoek naar eten en dit kan zowel plantaardig als dierlijk zijn. Het dier is een alleseter en is bij voorkeur dol op vlees. Hij is dan vaak te vinden in een omgeving waar mensen wonen. Een omgeving waar de rat voldoende eten kan vinden door het gedrag van deze mensen. In schuren, kelders en stallen is voor dit dier voldoende te vinden. Daarnaast is deze rat een liefhebber van afval.

De zwarte rat

Kleiner, ongeveer 15 tot 25 centimeter, en met een zwart tot lichtbruine kleur. Dit geeft het uiterlijk weer van een zwarte rat. Dit dier is veel minder talrijk aanwezig is in ons land dan de bruine rat, maar kan ook voor een behoorlijke overlast zorgen.

Ook het eetpatroon van deze rat is anders. Alhoewel de zwarte rat een alleseter is, gaat de voorkeur toch uit naar plantaardig voedsel, zoals vruchten en granen. De leefomgeving van de zwarte rat bevindt zich hoofdzakelijk in gebouwen op droge plekken met een ruime voedselvoorraad.

Zwarte ratten leven in een gemeenschap van soms wel meer dan 50 ratten, voor de bruine rat is de groep kleiner. Een groep ratten is gebonden aan soort hiërarchie met dominante en ondergeschikte ratten en bestaat uit een sociale omgeving. Aan het hoofd staat meestal één dominant mannetje met enkele vrouwtjes. Daaronder bevindt zich een groep ondergeschikte mannetjes.

Ratten zijn hoofdzakelijk ’s nachts actief en dan vooral aan het begin van de avond en voor het begin van de ochtend. Met name bruine ratten gaan in het verkennen van de omgeving zeer precies te werk. Meestal gaat één rat op onderzoek uit. Na een korte periode volgen er dan meer ratten. De rat is zeer gevoelig voor veranderingen in de omgeving. Het plaatsen van vallen in zijn directe omgeving is zo’n verandering. De rat laat zich dan ook moeilijk vangen door middel van het plaatsen van vallen.